Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

band gelegd hebben , op eene losse wijze, aan dezen boom dee kennisse des goeds en des kwaads, genoegzaam in eens alle hunne bekommernissen en overtuigingen van zonde wederom verliezen, en dan allengskens ongevoelig wederkeeren , niet slechts tot eenen gerusten ,

kind Joh. 1:1*. Rom. 8: 14 en ver», vruchten voortbrengt, eener onberouwelijke bekeering tot zaligheid waardig, en waardoor, dednre prijs des Bloeds des Zoons Gods, de krachtdadige werking ven den Heiligen Geest, door het Heilig Woord Gods, waardoor de Vader verheerlijkt wordt. Joh. 15: s, 8. 1 Cor. 6: 10, zo. Efes. 1. 2: i.io. 1 Peer. as o£. Daartegen over zie men eens regt ernstig intedenken, op eene gedaante van deugd, liefde, godzaligheld, die al gansch niet zeer gemeen zal zijn, zoo zij die van den twaalfden van Jezus bijzonderste dilcipelea zal evenaren, die altoos bij Hem was,' •lies van Hem ztg en hoorde, het Evangelie Zijnes Koningrijks pre* dikte en met wonderen bevestigde, die 3 jaren lang en dat dagelijks ja geduriglijk , eeu medegenoot van dat heiligste gezelschap was, den naam en den waan dien hij had, in al zijne taal ea door geheel zijn bestaan en wandel scheen te bevestigen, zoo zelfs dat hij, bij de elf opregt geloovigen, (die de verborgenheden des Koningrijks, de dingen die des Geestes Gods zijn, geleerd hadden: (Matth. 13: 11, 16: 17. Joh. 6: 44, 45. 1 Cor. 2: 14) eu ook al zoo lang geweten hadden dat er een schijn en waangeloovige ónder hen was,(Joh. 6: 64 en verv.) dat hij nogtanstot ia den laats ten nacht, bij niet één van dezen, voor den zoodanige zelfs maar verdacht gebonden werd. Hiermede vergelijke men nog eens t Cor. 13: 1*3. Col. a l 83. en de andere, nit dnizeode dergelijke, in de vorige aanmerking aangehaalde Schrift, pil. Bedenke alzoo, welk eene gedaante er dua vereenigd kan sijs, met zulk een schijn, en waangeloof, alt dat ontvangen ia van het Evangelie- Woord, niet zonder belangstelling ,met veel .belangstelling, de Heer zegt „met vreugde," en dit gansch niet onnatnurlijk aan het eigenlievend hare, zoo als het van nature ial (Jer. 171 9. Jak. 11 22. Gen. 6: 5. Rom. 8: 6 - 8). En van waar is dat nn? Er is immers bij dien vaan, ook alle schijn van een regt-geloovig ontvangen van Evangelie-Woord en beloften, gepaard met alle gedaante van goede werken enz., als of die a/1 het

Sluiten