Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om dat God hen somtijds nog al eenen gerulmen tijd laat leven onder eene ontwaakte consciëntie , en onder getrouwe ontdekkende middelen, zoo ziet men nogtans veel maal, dat de bekommernissen en de verlegenheid van de zoodanigen evenwel nooit regt doorbreken : waarvan dit al veel de oorzaak is, om dat het losse en verkeerde werk, het geen zij eens en meermalen hebben gehad, met de voorkomende beloken (x) op eene wijze zoo als te voren van ons is

en vooral Matth. ia: 13 gevolgd van Vs. 14a gelijk Openb, 21; 6a Joh. 6t 45. Filip. XI 29. Efes. 1.* 19, 20. 2: 8 en verv.; maar zij daarentegen veel meer en zeer bevreesd voor dat, wat de Heeie Heere spreekt, van zoo velen die in Zijne Gemeente verkeeren en den naam hebben dat zij leven, maar ze zijn dood Openb. 3: 1718. van zoo velen tegen over weinigen, verhoerende in hit Chris» tendom, Matth. 7; 13, en verv. vooral ook Vs, 12, 23, 25 en 27; en in zijn zoo nadrukkelijk bevestigend antwoord. Lnk. 131 24 en verv. en bedenke het gewigt van deze, en andere, in al het aangemerkte, begrepene waarheden, voor dat gene, dat tegen over.* Bier veels eene goede diepte van aarde beteekene, waarvan alles verder afhangt! op dat er dat geloove moge zijn, dat, in plaats van geen, al wortel en leven in zich zeiven heeft; in plaats van waan benevens allen schijn en toch geen vracht uit den waren wortel is, daar en tegen van den waren boom, waarlijk vrachten, vrachten van het eenige ware ziel-zaligend hart-bekeerend en heiligend geloof voortbrengt, en, blijft, blijft tot in het eeuwige leven'. Joh. 4: 14, in plaats van dat, dat maar veer eenen tijd lil in zoo velen, die in het oude hart het woord ontvangen, met vieugde! en zullen meenen integaan, maar niet kunnen ingaan ! o Wat zal dat zijn ! Luk. 13; 24.28.

(X) Zoo wel over het regt gebruik, hetwelk door de ware geloovigen van voorkomende beloften behoort gemaakt te worden, als over het misbruik, van dezelve door waangeloovigen, om zich daarop gerust te'stellen'r betrekkelijk dit eeo en ander, zullen wij misschien bijvoorkomende gelegenheid eenige aanmerkingen mededeelen.

Sluiten