Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

knaken (k). Is ziilks dar» Biet eene schoone figuunnakerij ? Maar niet anders is het ook in het geestelijke. Laat vrij de dierbare verdiensten van den Heere Jezus en

(h) Iets van dezen aard zal zekerlijk in den eigenlijken zin, of th het natuurlijke leven wel nimmer plaars hebben; en, Indien het Iemand daarom misschien des te minder regt duidelijk mogte zijn , wat hei zij, dat de Schrijver hier, bij overbrenging of vergelijking, eigenlijk op het oog hebbe, zal dit mogelijk: door de herinnering of nalezing, van het gene wij hebben aangemerkt, aanm. V. BI. 5S en verv. W. BI. 60 en verv., eenigzins duidelijker worden; waarbij wij hier ter plaatse nog dit voegen. Neemt eens dat men zich gewend hebbe, mogelijk wel van kindsgebeente af, om zich zeiven, en vervolgens ook • dm zijnen en anderen, tot wie men in betrekking, soms in zeer bijzondere en hoogst gewigtige betrekking kome, de zaak eenet menschen (1), althans de gewigtige zaak eenes Zondaars, in het Chrittendem, geboren en opgevoed wordende, oldnt voortescelleo dat men, wel aan den één en kant, in gunstige onderscheiding van zeer velen, vasthoude aan gewigtvolle hoofdwaarheden des Goddelijken Woords-, door den Dood dea eeuwigen Zoons Gods, met het geen denzelven voorafging, te beschouwen als den eenigen grond en verdienende oorzaak van vergeving en zaligheid, hetzij men dit, —meer ia de duissernis dan in het licht — enkel daarvoor koude, em dat men dit van der jeugd af zee geleerd heeft, bt om dat men ziet, of althans genoodzaakt wordt te bekennen, dat bet te duidelijk, te overvloedig, te stellig, te nadrukkelijk in den Bijbel geleerdwordr, dan dat men hetzelve, behoudens den minsten eerbied voor dat Woord, als eene Goddelijke openbaring, zon kunnen loochenen, hetzij men daarenboven, overeenkomstig dat zelfde Woord-,,-ook eenig besef of althans eenige teel temming, bij zich omdrage van de oneindige Heerlijkheid van God, van alle Zijne Goddelijke deugden, vin de goedheid, heiligheid en regtvaardigheid (2), Zijner volmaakte eenwig-onveranderlijke Liefde-Wet; van Zijne Oneindige liefde- en eere-waardigheid en alzoo van het, alle eindig besef en

(1) Zoo al niet mede der Ut:actiën, strijdig met Rom, 1 en 2. Matth.

ii : 22.

Ca) Rom. 7: 12, IRPPPR?

Sluiten