Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tigen , de verslagenen en de verbrijzelden , de blinden , de verlorenen , de magtefoozen , aan welke God Zijne

Satan , nut van den tot hit geloof ia Cbristua trek kenden Goi en Zijnen Geest (Joh. f>; 44.) medearbeiders zijn mogen,) het aan Hem, den Onfaalbaar- Wijzen Heere, die Zijn' Raad en Voornemen, die de schapen welke Hij mg zal toebrengen en Zijnen tijd kent, met een eenvoudig oog en biddend hart het over te geven en toetevertzoawen, om van dat alles, naar Zijn gemaakt en volmaakt bestek, tot Hem heerlijke oogmerken gebrnik te maken; 'c zij tot nrtte verwekking, of tot neg meerdere bevordering van eene voorbereidende, zoo allergewigtigste zonde* en ellende, overtuiging en boetvaardige en dorstende gemoedsgesteldheid, door Wet en Evangelie te gader; hetzij (1), in een, door en bij Hem voorbereid hart(a), dadelijk door den Geest des geloots, ter vervrijmoediging en bekrachtiging tot opregt-harteltjk-geloevtge aanneming, gebrnik I te maken. Alle andere voorstelling, bij zich zeiven of aan de zijnen en anderen, zou immers menschelijker en middelijker wijze, tot niets anders dan regt-streeks ingerigt zijn, dan om de allereerstuiedzakelijkê en in zoo verre AZhERgewigtigste zonde- en ellendeovertuiging (3}, en boetvaardige gemoedsgesteldheid, (meermalen

(1) Waarop, ook bijzonder van wege de onzekerheid van dezen 'eenigen genade*tijd, van onze zijde, altoos oogenblikkelijk sterken aandrang moet zijn en gebezigd worden. Lak 14; 23. 2 Cor. 5 :u. Hebr. 31 7, 8a.

(2) Matth. 13 : 23.

(3) Waardoor niet alleen het harte-geloof in Christua ter regtvaardig¬

heid (<s) op zich zelf beschouwd, maar ook daarmede vooral, DE EENIGE WARE LIEFDE,- f» de tiel-verheugende ea zaligende niet alleen, maar ook de hart- en ]evea-vernieu\vende , be koerende, heiligende vruchten en uitwerkselen, in eene zaligelicfdedienst, nieuwe dankbare godzaligheid, nieuwe kinderlijke gehoorzaamheid , door den Geest niet der dienstbaarheid, (c) maar der aanneming tot klad (Rom. 8; 14 en verv.) wordt voorbereid.

t>) Rom. 101 10. Joh. 6: j$, 53, 54.

t» G>1. 5:6. 1 Cor. 13: 13. 1 Tim. 1: 5.

(O Cal. 5:3,4. Col. ai 33. 1 Cor. 13: 1 — 3.

Sluiten