Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

én om vooral de grootste en de voornaamste beloften', welke God aan de arme en ellendige zondaren doet, niet te verwerpen. Hierom is het dan altijd gansch noodzakelijk, dat een verslagen zondaai-, die opreg-

J^M) te voegen (!)-_ Wel mag dan de vraag des Heere» -njn ten -aanzien van een iègeïijk die onder dit Evangelie verkeert, Jesaj. 5.- 4a t en de wederkeerige vraag Hebr. 2 : 3a. 10 : 29! Wat is dan niet het steenen en veel erger (2) zon. daars hart (gelijk dat van een iegelijk) op Wie» in allen , en nog sterkeren nadruk dan op Israël, (het ZVteuw lij het O. Verbond gevoegd zijnde) , het woord des Heeren past Luk. 161 29 en 31. Wel mag en zal het dan, niet alleen heildorst , maar vooral loetvaardigheid, een yelroken geest, en t,ers%e« en verbrijzeld harte zijn , wanneer er voor dien spiegel van Wet en Evangelie te zamen , door den almaglig (anders was bet buiten hoop ook aan Gods zijdel) door den krachtdadigwerkenden Geest (3), ware overtuiging van Zonde komt < Welk eene oneindige, aanbiddelijke, wonderbare , eeuwig-onuitsprekelijke en onvolprezene GENADE is het dan , welke God , behalve en boven zulk een Evangelie enmiddelijken arbeid .(indien daaronder één écuige zalig zou worden ,) dan bewijzen moest, en bewijst en verheerlijkt, in eenen iegelijk die van ganscher harte gelooft (4). Hoe hoog en diep moet dan daarna niet de vraag in het nieuwe hart liggen , Ps. 116 : 12.1 (J5)

(O Hand. ar 39. Zie Bet verband met het vorige ea vólgende, en Luk. 14; 16, 17, 33. s Cor. 5.: 11 j zo.

(3) Rom. 8: 7, 8.

(3) Joh. 16; 8,9,

(4) Joh. «: 44. 45. Efez. 1: 19, 30. 3: 8 —10.

Cs) Catech. Afdeel. 1: antw. se. *»• Antw. <ty Afdeel. 33. 33. 2 Cor. 5! 14, 15, Kfez. 1: 3 en vervolg. 1 Joh. 4: vooral Vs. 19. 1 Petr. ij.8. Ezecb. $«• is —sr. i Cor.rJ: 20.

Sluiten