Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesproken worden, Matth. 5. c*b) Mart de Ware boetvaardigen en geloovigen, kflnnen zich zei ven daarmede ,' ih geenen deele voldöeh, dat zij alrééds 'een klaar "étf

(S) Wat de zaak aangaat kan het zijn, dat dit Woord Matth. 5): 8, even als Jesaj. 41; 17. 54: 11. betrekking heeft op voorwerpen, die alléén door God, (Wien alle Zijne werken van eeuwigheid bekend zijn,) maar nog niet als de zoodanigen, door zich zeiten gekend wórden, ten aanzien van 'den Geestelijken oorsprong en de lot zaligheid leidende, bedoeling en strekking van het geen in hen omgaat, hongerende en dorstende (1) naar, (in levendige over. tuiging,) gemist wordende, en nu aan hun hart zoo wel slis voor hunne ziel onontbeerlijke geloofsgemeenschap, aan de genoegdoe. ning en geregtigheid van Christus Middelaars-gehoorzaamheid, en Zoen—offethaude (»). Niettemin komt het mij uit het geheele verband allerduidelijkst voor, dat de Heere ijezus, (dié niet 'gewoon is, om dezulken — alschoon dan aan Gods zijde gfcborgcn en veilig, doch die nog niet in waarheid gelooven, zalig te spreken (3),) in deze en de andere zalig-sprekingen (4), »i»f de hoedanigheden Voorstelt van de zeedanigen, die door den Geest der ware overtuiging enz, voor het geloof toibereid wordtn, (gelijk de aarde voor bet zaad. hetwelk daarin dan eene diep gewortelde, regt levendige (loh. «| 5», 54.) vaste en vruchtdrageode plant zal worden (Matth. 13. |esaj. ffir » — 3*)» maar dat de Heere hier d» hoofd—eigenschappen beschrijft, van de zoodariigen , dii reedt door HST geloof in llim, in het geweten geregtvaardigd, naar eenen nienwen geest vernieuwd en geheiligd zijn, Rom. 51 s. Luk. 18: 14*. 1 Cor. 1: 30. Sfii. Ezech. 36: 15 -174 ea die, (terwijl ie toegerekende Middelaars*genoegdoening in geregtigheid van Christus, altoos de leveudig-gevoelde nooddruft, maar ook tevens

, (1) loh. 6t 3J». 4 ; 14 in het midden, (a) Hand. as s 38, 30. Rom. 1; 17. 3.» 14, 31. 5: 1. en verv. FiHp.ji. 7—9. Luk. 18; 140. en op ontelbare pil., als de groote hoofd, waarheid. Heidelb. Catech. Zond, 33, Avondm, Formol. Zelfbeproeving 9de stnk.

(3) Zie Matth. it : s8. Joh. 7: 37, 38. Matth. 24: 34 de tusschenzin.

(4) Vei gel. onder anderen vs. 10 — 12 en itS,

Sluiten