Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar hij houdt dezelve ook vast zonder die om de gansche wereld weder te willen loslaten (y). Hij blijft

(y) Het geloof, met de ware geestelijke zonde — overtuiging ,— - waarin hetzelve diep en , vast geworteld is en blijft — (Joh. 16 s 8,9. Matth. 13 •" SI , 83.) moet aangemerkt worden, als de GROND genade, van den nieuwen mensch, van het nieuw schepsel , (Gal. o : 3,6. 6: 15. 8 Cor. o. 17.) als de ADER van de inwendige, blijvende, levende — water fonteine;(Joh. 4:14.) doch geenszins als ware het een onafhankelijke God geworden ; o neen 1 maar als vereenigd met Hem , die zoo wel de Overste . Leidsman en Voleinder, Hebr. 18. als het eerste groote Voor* werp des geloofs is , met Christus en Zijne volheid van genade voor genade ; (Joh. Itl6. 15: 4, 5, 7, 8.) en alzoo met den Geest des geloofs, den Geest van Christus, die in het nieuwe hart steeds woont (1); en nu, onder Diens levendige,—, eerst en boven al dat geloof, die bron — A DER , waaruit alles, wat verder tot het geestelijk leven en de godzaligheid behoort,— In de aaneenschakeling van inwendige oorzaken en uitwerkselen— voortvloeijen moet (8) ), die grond-genade, doorgaans kracht* stadig , in levendige oefening bewarende en onderhoudende , werking, waardoor , na het eerste geloof, het leven door dat

(1) Efez. 3 i 14 en verv. (8) Joh. 4i 14.

Sluiten