Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid den grooten tegenstand , die in zijn binnenste is, van zijn duister en ongeloovig vleescb, het welk zich aan een Goddelijk Evangelium , dat enkel Hemelsche en ziel-heiligende genade verkondigt-, door het Bloed van eenen gekruisigden Zaligmaker, niet wil onderwerpen ; maar tegen hetzelve altijd, met eene onverzettelijke vijandschap gekant staat» Dit doet hem jammerlijk zuchten, als een ellendige, en steeds bij den Heere uitzien, om een oog en eene hand des geloofs, on* Zijne dierbare beloften daarmede te omhelzen en vast te houden ; want hij gevoelt, dat hij daartoe een gedurig licht en voorkomende en medewerkende genade des Geestes noodig heeft, zóó om des Heeren beloften telkens, in den geloove aantegrijpen ; als om den Heere met zijn hart' aantekleven , en om, in alles, steeds op Hem te wachten, als op den God en den Rotsteen zijnes heils ; dewijl hem telkens zoo vele magtige hindernissen ontmoeten van binnen en van- buiGod IS voor, en beloofd heeft, aan allen die de Zijnen zijn, Rom. 8: a8. en■ verv., wordt zoodra niet door den Heere, naar het volmaakt bestek, tot gewigtige einden, van de krachtdadig» werking dea H. Geestes ieta ingetrokken, of dadelijk wordt dan ook in die zelfde mate bevonden, een zwak geloof met daarmede overeenkomstige uitwerkselen , en aldus, hoe ten allen dage alleenlijk boos, en vijandschap Gods, de eigent natuur is (Rom. 7: i8« 20.) krijgvoerende tegen de nienwe, 't zij daaronder, het zij daarna, door den Geest geleid wordende, tot innige amarte en zelfverfoeijing, hartgrondige verootmoediging, en belijdenis voor den Heere enz. enz. Vergel. Matth. 8: 33 enz. 14; 38, en verv. x6: 7 en verv. Luk. 24: 34, 45. Psalm 43. 73: 16, 17, ai , 32. Job. 4a: 5: 6. Rom. 7i aj. 21e meer Voorbeelden ter even aangeh. pil. BI. 139 bijgebrigt,

Sluiten