Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe goed is het ©m tot U te naderen, tot U, wiens naam Vader, en wiens wezen liefde is; tot U, die verandering kent noch schaduw van ommekeer; altijd dezelfde, dezelfde in liefde en trouwe zorg jegens ons. O, Vader'! wat ook uwen kinderen ontzinke, dat geloof zij en blijve hun deel, dat geloof zij rustbrengend aan hun vaak diep geslingerd gemoed. Door lief en door leed wórden wij telkens geschokt; rouw en droefheid maken het donker om ons en in ons. — Wat zou het wezen, als wij het licht niet kenden, dat Gij in uwen Zoon over ons hebt doen rijzen. In dat licht de dingen der wereld beschouwende, voelen wy ons klein en onmondig tegenover U. Zoo moet het wezen, Vader! Gij hebt de kleinen lief en- den onmondigen voor U geeft Gij vrede. Geef ons dien vrede; leer ons zwijgen bij 't geen Gij doet, opdat wij eens te luider en opregter U zullen danken, als wy uwen weg mogen doorzien en stamelen tot uw eer: Gig hebt alles welgemaakt! Gij hebt ons verblijd en bedroefd. Gij, die onze weldoener en Vader zijt. Amen.

Psalm XXXIX, vs. 10.

Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen; want Gij hebt het gedaan.

't Is wel niet noodig voor u, geliefden in Christus, die gewoon zijt te dezer plaatse op den dag des Heeren eene ure van stichting te zoeken, redenen open te leggen, die mij tot de keuze van dit tekstwoord bragten. Ach! wat de stad onzer inwoning verloor in den dood des mans, die zoo waardig hare belangen voorstond en zoo ten volle het vertrouwen regtvaardigde, waarmede allen, die hem

Sluiten