Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid van woorden ontbreekt de overtreding niet! Indien wij slechts spraken over datgeen, wat onder het bereik van onze waarneming en van ons kenvermogen valt; alleen over datgeen, waarover wij mogen spreken: hoeveel uren daags zouden wij de lippen gesloten houden; hoe weinig weten wij; hoe weinig regt tot spreken kunnen wij doen gelden.

Vooral zij dat beleden ten aanzien van het albestuur Gods! Hij is groot en wij begrijpen Hem niet. Toch stellen wij. ons aan, alsof het ons voegde te oordeelen; wij spreken een woord mede; wij wanen, dat een voor velen nuttige werkzaamheid niet begrepen mag wezen binnen een engen kring van jaren; wij meenen, dat een liefdadige hand niet vroeg verstijven mag; wij — die beter deden te zwijgen, omdat wij niets begrijpen?

Maar zwijgen vraagt zelfverloochening, en eerbiedig zwijgen kinderlijken zin. Daar is een zwijgen, dat onvoegzaam is, dat geen houding heeft. Het is het zwijgen der teleurstelling, der onvoldaanheid; het zwijgen van den mindere tegenover den meerdere; van den onderdaan tegenover den Koning. Dat is niet waardig, niet voegzaam. Daar moet eerbiedig gezwegen worden; vol eerbied, zoo als het krod zwijgt, als de vader op vriendelijk-ernstigen toon zegt, dat zijne vragen te ver en te hoog gaan; maar gelijk menig kind door die opmerking ontstemd wordt, zoo gaat het ook met den mensch, den eigenwijzen mensch. Niemand ontkent gewis met zooveel woorden, des gevraagd, dat wij en al het onze van God afhankelijk zijn; niemand zal opzettelijk loochenen, dat wij menschen stof en

Sluiten