Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt. Allerminst sluiten gelooven aan het weldadige van het Godsbestuur en gevoelig zijn voor 't leed, dat ons treft, elkander uit. Integendeel: de geloovige voelt diep, wat het scheiden kost, wat ledigheid het heengaan veroorzaakt — vraagt het hem, hij weet het. Hij wil niet behooren tot de groote geesten, die over het lijden zich heenzetteri; leed is een les, die opmerkzaamheid eischt; leed is een stem van den Vader, die gehoord moet worden.

O zalig gevoel, te weten, dat de Vader aan ons denkt, aan onze opvoeding werkt, ons beproeft. Dat kan alleen de vrome getuigen, die de hand kent, door welke zijn lot wordt bestuurd. En die hand wordt niet verkort voor hen, die blijven. Die hand heeft ook uwe dooden geleid door het dal van de schaduwen des doods. Die hand stort in uwe harten uit den zaligsten troost, den troost van herleven, herkennen, hereenigen.

Smart, zoo geleden, werkt weldadig. Waar de kring kleiner wordt, sluiten de achterblijvenden zich naauwer aaneen; de herinnering aan een dierbaren doode is vaak voor de levenden de sterkste band van eenheid.

Eerbiedig zwijgende sluit men het oog niet voor het goede dat ons gebleven is. Ja, bij alle gemis , ook bij het gemis, dat ons nu met droefheid vervult, is er veel te danken. Is uit ons midden een waardig broeder heengegaan: laat ons dankbaar wezen, dat wij en de stad onzer inwoning op zulk een man des vredes hebben mogen staren; zulk een vriend ontmoet hebben op onzen weg.

Sluiten