Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN HET STERFHUIS.

Vergunt mij, nu wij de droeve taak van dezen dag volbragt hebben, nog een kort woord hier te spreken; hier, waar wij zoo vaak met een blijden zin de genoegens der vriendschap gesmaakt hebben.

Laat dat woord vooral gerigt zijn tot U, die dezen doode den Uwen mogt noemen, den Uwen, aan wien Ge door de teederste banden gehecht waart.

De rouw eener gansche stad wettigt te meer de diepte Uwer droefheid.

Nu draagt Ge een naam, aan welks beteekenis Ge nooit dan huiverend hebt durven denken; nu zijt Ge weduwe; nu zijt Ge alleen!

Alleen! maar nog gesteund door eene eerbiedwaardige moeder; nog omringd door de meest liefhebbende verwanten; nog ter zijde gestaan door vrienden, die èn om U zeiven èn om den wille van Uwen doode voor U zullen blyven, wat ze tot heden U mogten wezen.

Zoo worde de smart van dat alleen-zijn gelenigd, gelenigd boven alles door de zoete herinnering van twee en dertig jaar huwelijksgeluk; door de gewisheid, dat God niet wijkt, terwijl

Sluiten