Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WEG,

DIEN DE HEERE GEHOUDEN HEEFT

MET MIJN GELIEFDEN BROEDER

REINIER BUIJTELAAR.

Het was in het jaar 1882 in de maand Februari, dat ik, als naar gewoonte, mij opmaakte om den dag des Heeren te gaan ontheiligen. Ik had ruim vier en twintig en een half jaar mij verzadigd met den zwijnendraf, en was ook zwijnenhoeder. Ik verkwikte mij met de zonden, en verleidde ook een ander daartoe; maar mijn goedertieren Immanuël, dien mijne ziele liefheeft, heeft het voor mij verbroken; mijn zondengeld raakte op; dientengevolge moest ik opstaan en tot mijn Vader gaan; maar hoe, daar ik van mijn geboorte af Hem nooit gekend of gezien had? (Genesis. 3 : 17: En tot Adam zeide Hij: Dewijl gij naar de stem uwer vrouw geluisterd hebt en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten, zoo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt, en met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens.) Dus dientengevolge was ik een overtreder, eer dat ik uit de baarmoeder verlost was, maar de Heere zegt: Ik leef en gij zult leven. (Joh. 14 : 19.) Zoo was ik dan voortijds geestelijk dood in

Sluiten