Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duivel mij aan en zeide: Denkt gij nu nog, dat gij bekeerd zijt, gij spot met God, gij huichelt, geveinsde. God laat zich niet bedriegen, enz. enz. Ik was zoo verschrikt en zoo bang, dat ik op een draf naar huis liep, en zonder eten naar boven vloog en boog mijn knieën en bad tot God, uit oorzaak van mijn goddeloos bestaan en vroeg ernstiglijk, of de Heere mij voor eeuwig wilde verdoemen; en het geschiedde, dat ik in den geest werd opgetrokken, tot bijna aan den lucht-, hemel van zwarte geesten, en toen ik op een geheele hoogte kwam, dat er een licht uit den hemel kwam en mij omscheen en een heir engelen. (Psalm 91 : 11: Want Hij zal Zijne, engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uwe wegen) allen in het wit, zuiver als de sneeuw, die mij omstuwden en mij weer op de aarde brachten. Wat dit beduidde, wist ik niet van ontsteltenis, maar de Heere God, Die goed is, zeide den volgenden dag: Alzoo werd nu de arme Lazarus in den schoot Abrahams gedragen en de schoot Abrahams is de Heere Jezus (want de belofte ligt in Abraham, Izayk en Jakob) Die Zijne schaapjes op zijne knieën troetelt en op Zijne schouders draagt. Het schaap was verloren en is wederom gevonden. Ik wist niet, dat het schip geheel en al moest vergaan, maar de Heere God wilde mij mijn doodvonnis leeren teekenen met mijn bloed, dat het recht was, als de Heere mij voor eeuwig wilde verstooten en uitdelgen uit Zijn boek des levens. Daar leert de Heere: Die zijn leven wil behouden, die zal het verliezen, enz. enz.

Toen kreeg ik pas een gezicht op den Heere Jezus en begon de toevlucht te leeren nemen tot Hem, om Hem te leeren kennen als mijn God en Goël, mijn Borg en Zaligmaker en begon Hem aan te loopen als een waterstroom, en riep den Heere Jezus aldoor aan, en dan zeide ik: Ach, lieve Heere ! ach, Heere Jezus! ach, dierbare Zaligmaker! ach, daar Gij toch Uw bloed gestort hebt voor arme en in zichzelven diep verloren zondaars. ;■ ach, Heere J mocht gij

Sluiten