Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weten, of de Heere Jezus de ware Zaligmaker was. Toen nam de Heere het gebed van mij weg en toen was in mijn oog alles verloren, ik dacht niet anders dan verbrijzeld te worden, maar toen zag God uit de vensteren' des hemels, en riep tot mijne ziele en zeide tot mij: Ik, als een reine God, ben een eeuwige toorn en een eeuwige gloed, waarbij niemand wonen kan, buiten Jezus Christus, Gods Zoon, en het geschiedde, toen ik deze stem in mijn hart hoorde, dat ik oprees en legde mij ter ruste en strekte mij uit op mijn legerstede en riep toen uit: Daar dan, Heere Jezus! zijt Gij de waarachtige God en het eeuwige Leven, dan lig ik hier voor Uw rekening voor den tijd en voor de eeuwigheid, en viel toen in een zachten en zoeten slaap tot den morgen toe; ik mocht rusten van mijn arbeid.

Toen ik des morgens opstond, was ik geheel tot stilte en heerlijk uitgerust, en wetende wat God aan mijn ziel gedaan had, na het buigen mijner knieën, begaf ik mij naar beneden in het woonvertrek, kwam in samenspraak met mijne moeder, die dadelijk haar nood aan mij begon te klagen, en zeide: Ach, Reinie^J ik heb den geheelen nacht geen oog toe kunnen doen; zij zeide mij, dat zij den geheelen nacht een geest, en wel als een grooten zwarten hond van mijn kamer tot haar ledikant had zien loopen, en zoo zij mijn ledikant naderde, dan werd zij door dien zwarten geest achtervolgd, ook zoo, als zij naar beneden ging, tot des morgens toe, daar zij menigmaal aan mijn slaapstee geweest was, maar achtte het jammer om mij uit zoo een zoeten en zachten slaap te wekken, zoo besloot zij het maar niet te doen, enz. Maar ik zeide toen: Dat wilde de Heere niet hebben, want de Heere had mij die rust toegedacht, enz.

Dus gij kunt wel begrijpen in welken strijd ik gezeten heb, maar een straaltje licht in de ziel, dat van de Zonne der gerechtigheid afstraalt, dan zijn die smarten vergeten

Sluiten