Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trokken die geordende troepen langzaam en plechtig voorbij den troon des Lams Gods, enz. Dat gebeurde in een heel korten tijd, sinds ik naar de Maliebaan marcheerde, ik voelde haast geen grond, en liep met groote moeite mijn tranen te verbergen, en hoorde haast geen commando enz. Is dit nu ook geen eere, die God Zijn volk bewijst, dat is immers ook eer, niet waar? en dat aan zoo'n vloekwaardig en doemwaardig zondaar. De Heere zal genade en eere geven, Hij zal het goede niet in nood, onthouden zelfs niet in den dood; daar behoeft geen kind van God bang voor te wezen, want de Heere zou eerder den hemel en de aarde voorbij laten gaan, eer dat Hij een kindeke van Hem zou doen verloren gaan, die voor zoo'n duren prijs gekocht zijn, de heuvelen mogen wijken en de bergen wankelen, maar Zijne goedertierenheid zal niet wijken of wankelen. Van die kleinen, die op Hem vertrouwen, zegt de Heere: Want Ik ben een God des eeds en des verbonds, Ik doe het niet om uwentwil, maar om Mijnszelfswil en Mijns grooten naams wil, amen.

Die in oprechtheid voor Hem leven. Dus de Heere wil, dat wij in oprechtheid voor Hem leven, dat is niets verbergen, alle zonden belijden, den Heere bekend maken met al onze wegen, onze onmacht aan Hem opdragen, enz., afzien van ons zeiven, want de duivel wil maar, dat wij gelooven in de liefde, in of uit ons hart komende, daar anders niet in woont dan vijandschap. Neen, Christus is de Voleinder des geloofs, in Hem is de liefde te vinden, niet in ons. Ik en de Vader zijn één, zegt de Heere Jezus, en God is liefde, amen.

Dus met recht kan de Psalmdichter eindigen: Welzalig, Heer! wie op U bouwt en zich geheel aan U vertrouwt! Dat is een zalig voorrecht, als de menscb mag drijven op kurken van vrije genade voor de oogen des levenden Gods, amen.

Dien tijd leefde ik zoo niuw bij den Heere; als ik iets begeerde, dan boog ik mijn knieën, en bad het van den

Sluiten