Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TWAALF KLOKSLAGEN.

De klok slaat plechtig" één;

Daar is een eenig en volzalig Gód,

En anders is er geen.

De klok slaat plechtig twee, Twee wegen zijn er slechts, Naar 't eeuwig wel of wee.

De klok slaat plechtig driev 0, zondaar! zondaar! zie, Toch uit naar een drieëenig God, Wie redt u anders, wie?

De klok slaat plechtig vier,

O, lieve kruisbanier!

Van uit den hemel zag de Heer'

Op Patmos eedlen balling neer,

Gebannen om de leer.

Vier dieren zag hij om den troon,

Vol hemelsch, onvergankelijk schoon,

Zij zongen op verheven toon, -

God en het Lam ter eer.

De klok slaat plechtig vijf, De Bruidegom zei: Blijf, Totdat Ik weder komen zeCI, Tot 't wijze en dwaze maagdental, Vijf gingen in tot 't feestgeschal, Vijf andre kozen 't jammerdal, Voor eeuwig tot verblijf.

Sluiten