Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JEHOVA'S EEUWIGE EN VRIJMACHTIGE BESLUITEN.

De Apostel Paulus roept over Gods voorzienigheid, Zjjn eeuwigen wil en vrijmachtige raadsbesluiten, in heilige verwondering en onderwerpende aanbidding uit: „O diepte des rijkdoms, beide der Wijsheid ende der kennisse Gods ! Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijne oordeelen ende onnaspeurlijk Zijne wegen, want wie heeft de zin des Heeren gekend? of wie is Zijn raadsman geweest?1'' Rom. 11 : 33, 34. Zoo lezen wij ook in het boek van Job, kap. 11 : 7—9. „Zult gij de onderzoekingen Godes vinden? zult gij tot de volmaaktheid toe den Almachtigen vinden? Zij is als de hoogten der hemelen, watkondtgij doen ? dieper dan de helle, wat kondt gij weten ? langer dan de aarde is haar mate, ende breeder dan de zee." Gods besluit is den besluitenden God zeiven, en alzoo voor eindige schepselen onpeilbaar, maar wie die aan Gods Woord gelooft, zou ze daarom durven tegenspreken, indien er eens gevraagd werd, waarover is de eeuwige vrederaad gehouden? Zach. 6 : 13. Het antwoord zou immers ontegensprekelijk zijn, wel over 'tgevallen Adamsgeslacht. Doch wij moeten volstrekt geen gedachten vormen, of de Drieëenige God onbekend was, wat Hij doen of laten zoude. O neen, „Gode zijn alle Zijne werken van eeuwigheid bekend." Hand. 15: 18. Maar door die raadhouding, maakt de Heebe ons indachtig, dat zelfs geen Engel (1 Petr. 1:12) of mensch, een weg van verlossing had kunnen uitdenken. Daarom spreekt God de Vader vragenderwijs: „hoe zal Ik u onder de kinderen zetten? ende ugeven het gewenschte land, de sierlijke erfenisse." Jer. 3 : 19. En wederom „ Wie is Hij, die met Zijn harte Borge worde, om tot Mij te genaken, spreekt de Heeee." Kap. 30 : 21. Daarop zegt de Zone: „Ziet Ik kome... Ik hébbe lust, o Mijn God! om Uw welbehagen te doen ende Uwe Wet is in 't midden Mijns ingewands " Ps. 40. Op deze Borgstelling is het genadeverbond gegrondvest, zoo getuigt de Vader: „Ik hébbe een verbond gemaakt met Mijnen uitverkorenen." Ps. 89 : 4. Toen is de Zone als des Vaders Knecht de oore doorboord, omdat door Hem al des Vaders deugden en eigenschappen zouden opgeluisterd en verheerlijkt worden. Jes. 49 : 8. Van dit Godverheerhjkende raadsbesluit in die nooit begonnen eeuwigheid, spreekt de gegenereerde Schoot- en Wonderzoon des Vaders. „Doe was Ik een Voedsterling bij Hem, (zinspelende op de liefde, zalving en voorverordineering.) Ik was dagelijks Zijn vermakingen, 't aller tijd voor Zijn aangezicht spelende, (nl. als het geslachte Godslam) ende Mijne

Sluiten