Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermakingen zijn met der menschenkinderen, nl., die Hem van den Vader gegeven zijn, Spr. 8:31; Jes. 53; Joh. 17:9; 1 Petr. 1:19,20. Van dit eeuwig, wijs, heilig, onafhankelijk en onveranderlijk raadsbesluit zegt de Zone Gods: „Ik zal van het besluit verhalen." Ps. 2:7. En mocht er nu wederom gevraagd worden, wat het besluit is over Adams nakomelingen? Dit beschrijft de H. Geest voor ons, de verwerping van „de vaten des toorns tot het verderf toebereid," ende vaten der barmhartigheid die Hij te voren bereid, heeft tot heerlijkheid." Dit wordt als een harde en onrechtvaardige leer verworpen, Ezech. 18:25? „Maar doch o mensche, wie zijt gij die tegen God antwoordt? Zal ook het maaksel tot dengenen die 'tgemaakt heeft zeggen, waarom hebt Gij mij alzoo gewaakt? of en heeft de pottenbakker geen macht over het leem om uit denzelven klomp te maken, het eene een val ter eeren, ende het andere ter oneeren." Rom. 9 : 20—23. Zal nu dit onveranderlijk raadsbesluit in den tijd woeden uitgewerkt, dan moet immers noodzakelijk Adamsval voorafgaan. Pruitier schrijft in de worstelinge Sions, pag. 720: „Gods besluit is den besluitenden God zeiven." Wie schrikt en beeft niet, dit tegen te spreken, het is in de grond, den vrederaad te vernietigen, ja Gods deugden en eigenschappen te verloochenen. Wij zullen eenige tegenwerpingen trachten te beantwoorden.

I. Tegenwerping: dat wy' door zulk een raadsbesluit de oorzaak en schuld van Adamsval, op den Heeee leggen.

Antw.: Geenszins, wij schrikken voor zulke gedachten en protesteeren en strijden met de Waarheid aan onze zijde, tegen zulk eene lasterteer, even of Gods besluit een nooddwang legde op Adam, om van zyn Schepper af te vallen. O neen, volstrekt niet, de Heere God rustte, nl. Hij vermaakte en verlustigde Zich in Zjjn volmaakte Scheppingswerk, Hij zag in Adam en Eva, Zyn mededeelbare deugden en eigenschappen uitblinken. Zy waren goed, nl. met kennis, gerechtigheid, heiligheid, liefde en krachten geschapen, om goed, nl. aan het Godverheerlykend doel van hunnen Schepper te kunnen beantwoorden. Doch merkt hier wel op, Adam bezat wel een volmaakte — maar toch slechts een eindige kennis, hy had geen andere kennis ontvangen dan den inhoud van 't werkverbond, door hem ingewilligd en goedgekeurd, de zegelen van 'twerkverbond, het Paradys, den sabbat en den boom des levens, waren hem zoowel tot waarschuwing als tot versterking gegeven; zoodat Adam geheel onbekend was aan 'tgenadeverbond en Gods besluit; maar hy is als het verbondshoofd des menschelyken geslachts, geheel vry- en moedwillig gevallen, daarop drukt de H. Geest 1 Tim. 2 : 14: Dat wel Eva door arglistigheid en verleidinge door de slange is bedrogen, maar Adam is niet door Eva of den duivel verleid geworden. Wy lezen in het minste niet van verleiding: „ende zij gaf haren man met haar en hij at." Gen. 3 : 6. Daarom zegt de wyze Prediker: „Alleenlijk zietl dit ik heb gevonden, dat God de

Sluiten