Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ii h kend getuige van die heerlijke troostwaarheid, u t die gij zoo dikwijls volangstig betwijfeldet." "

« Dit waren op dien tijd mijne gedachten, eene n tallooze menigte zaligen wezens omringden den h Troon der Heerlijkheid, die op eene afstand van v mij verwijderd was. .—< Hunnen Jubelzangen // werden met een liefelijk klinkende nagalm terug ♦ ;/ gekaatst en eindigden met den herhaalden juichu toon: Haleluja!" —

n Onder de onuitsprekelijke dingen dien ik zag ptn hoorde was er volstrekt niets,- dat ik mij te tt voren eenigzints had kunnen voorstellen; door ii Hemel blijdschap verrukt, en door een zuiver h Engelen genoegen in eene bedwelmende ver«rbaastheid opgetogen, vroeg ik aan mijn geleider, u om mij te mogen voegen bij de lofprijzende // menigte."

o Doch hij antwoorde met eene minzame stem: u ii Gij moet weder naar het aardsche leven terug u // keeren." "

if Dit woord, drong als een scherp zwaard door n mijne ziel, ik verschrikte geweldig, en in die ii oogenblikken herinner ik mij dat den Doctor voor h mij stond." — #/ De dagen dat men mij voor dood ii gehouden heeft, kwamen mij niet langer voor dan a eenige gelukzalige oogenblikken, het denkbeeld ti om in deze jammerwereld te moeten terug keeren, // ontstelde mij zoodanig, dat[ü terstond weder ia wflaauwte viel/' — ffMeer dan drie jaren lang, p weeigalmde, als ik 's morgens ontwaakte, een vtr-

Sluiten