Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is voorts zoo noodig, dat de tijd om ter Catechisatie te gaan, wordt waargenomen.

Als de tijd verloopt, gaan de lidmaten verloren, omdat zij geen kennis hebben.

De Catechisant, die uit gebrek aan kennis in de school moet nablijven, belooft niets goeds; uit gebrek aan kennis wordt onverschilligheid en liefdeloosheid geboren.

En men schaamt zich straks zelf om nog tf-r Catechisatie te gaan, wijl m'en door jongeren in alle opzichten wordt beschaamd.

Dan mag, wat straks gezegd is van de ouders in zake de huiselijke opvoeding, hier gezegd worden betrekkelijk de Catechisatie van den Catecheet.

Hoe de leermeester zijne leerlingen beschouwt, dat geeft toch het geheele karakter aan van het onderwijs.

Als gij een mensch bestraffen, vermanen of onderwijzen zult, verschilt het zoo veel of gij hem voor een vagebond of een prins van koninklijken bloede houdt.

Wie zij zijn, dat moeten door de Catechisatie de jeugdige lidmaten leeren verstaan.

De beteekenis, die het verbond, door den H. doop hun verzegeld, voor hen persoonlijk heeft, moet worden verklaard.

De zegeningen van het verbond der genade moeten worden ontvouwd; de dure roeping, uit dat verbond voortvloeiende, moet op het hart worden gebonden.

De Catechisatie, zal het wèl zijn, moet uitwerken, dat de catechisant zich in zijn ziel niet los van Christus en Zijn volk gevoelt.

De Catechisaties moeten daarom ook vooral niet te groot naar aantal van Catechisanten zijn.

Het onderwijs op de Catechisatie moet persoonlijk zijn.

Catechiseeren, het woord drukt het reeds uit, is samenspre-' ken; zoo samenspreken van den Catecheet met den Catechisant, dat, naar de behoefte het vereischt, de waarheid tot ieders bewustzijn wordt gebracht.

Het moet er om te doen zijn, de lidmaten rijp te maken tot het dienen in Christus kerk.

Dit kan niet tot zijn recht komen, als week aan week een klasse van 50 of 60 moet onderwezen worden. •

Sluiten