Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die formulieren van Eenigheid zijn toch maar de officieele uitdrukking van de belijdenis onzer kerken!

Zij worden over het algemeen zoo weinig gekend.

Zij zijn toch zoo schoone vruchten, in het worsteltijdperk onzer kerken gerijpt.

Hoe noodzakelijk is het, dat elk meerderjarig lidmaat der kerk vertrouwd is met hetgeen zijne kerk als hare geloofsuildruhhing belijdt.

Vooral in onzen tijd, waarin de Gereformeerde leer zoo weinig recht verstaan, zoo verkeerd voorgesteld, vervalscht en fel bestreden wordt, is het zoo noodig, met dit beproefde slagzwaard gewapend te zijn.

Komen wij thans op het doen van belijdenis.

Ook dit staat met de bediening van het H. Avondmaal, met het rechte gebruik en het misbruik, in het nauwste verband.

De Catechisatie brengt tot het doen van belijdenis.

Door belijdenis te doen wordt de toegang tot het H. Avondmaal gezocht.

Niet te verwonderen is het daarom, dat ook deze kerkelijke handeling ten allen tijde groote belangstelling heeft gewekt.

Men weet, wat de practijk der eerste Christenkerken was, als zich uit Heidenen en Joden tot de gemeente voegden.

Ook is het bekend hoe in de Roomsche kerk het kerkelijk sacrament van het Vormsel ontstond.

Na de reformatie is op het belijdenisdoen altijd grooten nadruk gelegd: het toegang verkrijgen tot het H. Avondmaal werd als eene allergewichtigste zaak beschouwd.

Uit het formulier van den doop der bejaarden, met de vragen daaraan verbonden, kau ons blijken hoe teeder het toegang verkenen en de verplichting van het geregeld gebruik des H. Avondmaals, daaruit voortvloeiende, door de Gereformeerde Vaderen werd opgevat: da onge doopten, die zich tot de Gereformeerde kerk wenschten te voegen, werden door den jdoop der bejaarden in de gemeenschap der kerk ingelijfd en verbonden zich daardoor tot het geregeld gebruik des H. Avondmaals; wat de lid maten der kerk hadden, werd hun daardoor als hun recht toegekeud en als hun dure roeping opgelegd.

Sluiten