Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij moeten er maar niet op uit zijn, óm alles in de kerk in te halen, alsof het daarmee goed ware, dat men lidmaat der Gereformeerde kerk genoemd wordt.

Achter die betuiging van in te stemmen met de Gereformeerde belijdenis en dat zich stellen onder opzicht en tucht van de Gereformeerde kerk ligt ook het verleenen van den toegang tot den H. - disch; van wie op het lidmaten-register der Gereformeerde kerk als toegelaten tot het H. Avondmaal staan opgeteekend, moeten de opzieners der gemeente toch minstens de verwachting hebben, dat iedere bediening in den' ordinairen weg waardiglijk zal gezocht worden.

Onze Gereformeerde kerken hebben positie gekozen tegenover eiken kerkelijken kring, die niet mede naar onze belijdenis leeft.

Wij hebben niet de minste waarborg zonder persoonlijk onderzoek bij degenen, die uit andere kringen tot ons komen, dat het verbond Gods niet zal worden ontheiligd.

Dat persoonlijk onderzoeh is noodig.

Te meer, wijl de tuchtoefening in onzen tijd zoo moeilijk is.

Door allerlei kerkfórmatie is de kerk in de oefening der tucht verlamd: komt gij met kerkelijke censure tot hen, bij wie geen ernst voor de heilige dingen leeft en de kennis van de kerkelijk bedienende macht ontbreekt, hij zal u ontwijken, door zich te onttrekken, èn, waar het hem beter gelegen komt, te gaan.

Velen geraken op zonderlinge wijze van de kerk vervreemd; maar het zijn meest dezulken, die ook op zonderlinge wijze tot de kerk gekomen zijn.

Het belijdenis doen moet olijven toegang zoeken tot het H. Avondmaal, en wie uit andere kringen tot ons komt, dient vooral in zake het H. Avondmaal getrouw te worden onderzocht.

Dringen tot den H. disch en waken voor de heiligheden van 's Heeren huis, dat is de roeping der kerk.

In degenen, die tot het H. Avondmaal wenschen te komen,, moet een hartelijke lust bespeurd worden, om zich met zijn gansche hart tot God te bekeeren: het belijdenis doen is belijdenisdoen van het geloof en van de hope, die in ons is.

Daar moeten vruchten des geloofs worden gezien.

Daar moet een "wandel zijn in de vreeze des Heeren.

Sluiten