Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Het einde waartoe die benaarstiging moest dienen, met opzigt op een .ruimen ingang in heerlijkheid, vers 11.

5. Daarna spreekt hij van hetgeen hij tot bevordering dezer zaken voor haar in dit leven doen wil, opdat dezelve na zijnen dood , welken hij voorspelt, ook nog dienstbaar mogteU zijn , om hen op te wekken in die dingen welke hij hun bevolen hadde, volgens vers 12-15.

6. Daarna wijst hij aan de waarheid en Goddelijkheid dezer zaken , als steunende niet op menschelijk verdichtsel , maar op openbaringe Gods, waarvan de Apostel getuigt» dat hij oor- en ooggetuige was geweest, van vers 16-18.

7. En dan eindelijk dat die openbaring des Heeren geen ongoddelijk verschijnsel was, maar gegrond ware in het Prophetische woord , op hetwelk hij hen wijst en vermaant te letten, tot dat de volmaakte trap van licht en kennis aanbreke , van vers 19 tot 21.

Uit den inhoud dezer zaken wordt ons genoegzaam kennelijk , dat het oogmerk des Apostels, in het daarstellen van onze voorgelezen tekstwoorden strekkende is , om het geloove van Gods volk niet anders te wijzen, dan op het onfeilbaar woord van den levendigen God ; op dat hunne zielen in dat woord , en het geloove daar omtrent, opgebouwd mogten worden. En dat zij 5>ok daar benevens, de gegrondheid van de Evangelieleer, van den Heere Jezus Christus als den eenigen zaligmaker vermeldende, hun door de Apostelen verkondigd , en ook in dezen brief door petros aaangedrongen , in het woord , voormaals van de heilige mannen Gods geboekt, zouden nasporen , en uit dat Prophetische woord ontdekken ; ten einde zulks te bekomen , wijst de Apostel hun op het gebruik daarvan, als eene zaak van dadelijke en gedurige behoefte voor hen , zeggende:

Ende wij hebben het Prophetische woord dat zeer vast is , enz.

In welke woorden wij met uwen aandacht tot verklaring van dien zullen letten: vooreerst

Sluiten