Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het woord der Propheten , de last en commissie des Heeren is , waarmede hij hen als gezanten van Hem , als leeraren zond , waarna het volk moest hooren , en wie hen en hun woord verwierp, verwierp niet hen , maar hunnen Heer en Zender, welke zulks niet ongewroken laat.

Derhalve volgt dan, dat hetgeen waarvan de Propheten gesproken hebben , en ons in geschrift nagelaten is, het Prophetische woord behelst van hetwelk petrus hier spreekt.

C. Nog staat ons te letten op de eigenschap in welke ons de Apostel petrus dit Prophetische woord beschrijft, als hij zegt: dat zeer vast is: doch alvorens ik daar van spreke

a. Hebben wij vooraf iets aan te merken betrekkelijk deze zaken:

1. Of petrus ook een bijzonder gedeelte van het Prophetische woord beoogt, of dat hij het in zijn geheel, benoemt; dit mogt soms iemand vragen. Om deze vraaote voldoen zoo zeggen wij in dezen: Dat petrus ten opzigte van het Prophetische woord in deszelfs volmaaktheid sprekende, geene uitzondering maakt, van heteene gedeelte boven het andere; want hij zegt niet, dit, of dat gedeelte van het Prophetische woord is zeer vast; maar hij noemt het in zijn geheel, dus dat hij heteene gedeelte van hetzelve, boven het andere geene vastigheid toekent, maar het geheel is zeer vast en dus ieder deel in dat geheel vervat. Maar wanneer hij spreekt van hetzelve met betrekking tot zijn oogmerk, in het verband van zijne in dit Hoofdstuk vervatte vermaningen, dan is hij drukkende op dat gedeelte, hetwelk tot krach, tige bevestiging verstrekt, van het gene hij aan de geloovigen voorhoudt en toont, als de grond en drangreden van eenen godzaligen wandel.

Zoo blijkt dan, dat petrus hier op een bijzonder deel van het Prophetisch e woord in zijn oogmerk drukkende, met zijn doel, hetzelve in zijn geheel benoemt, waarin dat deel vast en zeker is, gelijk het gansche woord ; erkennende zulks , als hij zegt I het Prophetische woord dat zeer vast is.

a .«nijp

Sluiten