Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Laat ons dan nog kortelijk de zaak zelfs nagaan , en zien wat het zegt, als petrus het Prophetische woord dat zeer vast is , als zoodanig benoemt.

1. Wanneer het Prophetische woord beschouwd wordt in deszelfs oorsprong, natuur en bevestiging, dan ffioge het gezegd worden vast te zijn; want

a. De oorsprong van dat woord is van God, en niet van den mensche, 2Petr. 1:20. God de Heere is daarvan de groote en eerste Autheur; de Propheten hebben hier het minste niet bij; want de Autheur des woords heeft dezehe maar gebruikt als middeloorzaken, om hetzelve te openbaren ; derhalve is het ook met opzigt tot de middeloorzaken het Prophetische woord genoemd ; maar met betrekking tot de eerste oorzaak is het Gods woord , 1 Thess. II: 13. Zoo dan is het woord vast in God als deszelfs oorsprong.

b. De natuur van het Prophetische woord is mede eene oorzaak, waarom het vast genoemd wordt te zijn; want het is

J. Een Goddelijk woord , waarvan diegenen verzekerd worden, welke door des Heiligen Geestes werking de kracht daarvan naar binnen leeren kennen. O dan bekomen dezulken getuigenis door dien Geest, dat de Geest de waarheid is, 1 Joh. Y: 6. Doch verwacht niet, Toehoorders , dat ik mij over de Goddelijkheid van het woord breeder zal uitlaten; want zulks laat de tijd niet toe, en ook oordeel ik, dat onder ulieden thans geene openbare woördbestrijders zijn.

2. Ook is het woord der Propheten eene eeuwige waarheid , als haar eigenschap insluitende; daarom wordt het alzoo genoemd, Joh. XVII: 17 , door Heiland jezus : Uw woord is de waarheid. En de Dichter zegt, dat het woord des Heeren als zilver gelouterd is in een aarden'smeltkroes, en dus een reine reden des Heeren is. Ps. XII: 7.

3. Dat Prophetische woord is ook in deszelfs natuur insluitende de eigenschap van klaarheid; want daar wordt gezegd , dat het is een lamp en een licht, omdat het de eigenschap Tan klaarheid heeft Ps. CXIX: 105

Sluiten