Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorgesteld wordt als te moeten geschieden , wanneer hij zegt: als op een licht schijnende in eene duistere plaatse; waarin wij te zien hebben

a. De vergelijking welke petrus maakt van het woord des Heeren, bij een licht schijnende in eene duistere plaatse.

1. Hij vergelijkt het woord des Heeren bij een licht ; dit heeft zijn eigenschap en reden ; want behalve dat het woord des Heeren een licht is in deszelfs eigen natuur, gelijk wij vinden, Ps. CXIX: 105 en Spr. VI: 23, alzoo is het ook een licht wegens deszelfs uitwerkingen , zoo zegt de dichter, Ps. XIX: 9 ; het gebod of de wet des Heeren is zuiver, verlichtende de oogen. In Ps. CXIX: 130, de opening uwer woorden geeft licht, den slechten verstandig makende. Zoodat door dat woord des Heeren licht over zaken gegeven wordt, en in dat licht eene kennis van dezelve in het harte.

2. Maar petrus vergelijkt het bij een licht hetwelk schijnt in eene duistere plaatse; dit levert ook zijn eigen reden op, uit aanmerking van de natuur der zaken ; want beschouwen wij

a. In het gemeen , dan schijnt het licht van het beschreven woord des Heeren in eene duistere plaatse; naardemaal de gansche wereld onder den vloek van God besloten is, door de verbreking en schending des werkverbonds, krachtens de overtreding van het proefgebod (van God den mensche gesteld zijnde niet te overtreden als eene voorwaarde des verbonds, Gen. II: 16) door den eersten mensche, waarop zich de uitsprake Gods als rigler hooren liet uit kracht van zijne heiligheid en regtvaardigheid , zeggende: vervloekt is het aardrtfk om uwent wille, Gen. III: 17 ; zoodat de gansche wereld (dragende in Gods lankmoedigheid en taai geduld, den onder den vloek als een overtreder tegen God gestelden en besloten mensch) is een akelig hol van duisternis der zonde, uit kracht van de scheidinge tusschen God in Zijne gunst, en den mensch wegens de zonde in zijn' vervloekten staat. Zijnde de geheele we-

Sluiten