Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hoogte." En daar waren dan die neêrgebogen harten te Jeruzalem bijeen, volhardende in den gebede.

Wat is het toch eene weldaad onder de banier van dien eeuwigen Koning zóó diep te mogen bukken, dat wij onszelven mogen verliezen in die diepte van eeuwige verwondering. Want het is bewezen, dat zij laag moesten bukken; de eeuwige grondvesten van de Kerke Gods op aarde moesten gelegd worden. O, zalig samenzijn onder de eeuwige beloften Gods!

En het huis, waar zij zaten, werd vervuld met de zalvende kracht des Heiligen Geestes. De Goddelijke goedkeuring kwam uit den hemel; verdeelde tongen als van vuur werden gezien, en het bleef op een iegelijk van hen. En dat alles uitzuiverend vuur mocht hunne harten vervullen om van de groote werken Gods te spreken, zooals de Geest hun gaf uit te spreken.

Arme schapen, die uwe stemmen niet kunt laten hooren, voor en aleer die wind des Geestes in de raderen is!

Zoo hebben wij dan gezien, dat de gansche Kerke Gods haren God ontmoette in de belofte, want er staat geschreven: „DeHeere is in het midden van haar."

Eeuwige Geest! ontdek toch meer en meer onze verborgen zielsbreuken, opdat wij, hoe diep ook gezonken en in welk een' vervallen' staat, nochtans eendrachtelijk bijeen mogen zijn in den gebede en de Goddelijke goedkeuring ons moge ten deel vallen, want Hij, die van eeuwigheid was, zeide: „Wacht op de belofte des Vaders!"

Dat alles reinigend vuur des Heiligen Geestes ontvlamde hunne harten, en als de eeuwige grondvesten der Kerke Gods mochten zij nu zakken en zinken in dat eeuwig Godswonder; zij mochten nu verstaan wat het is met den Doop in den dood te eindigen.

Zoo is het dan eene hartgrondige weldaad van den almachtigen God, die eenmaal zeide: „Vader, verheerlijk Uwen Naam! Ja, Vader, met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was."

O! zee van wonderen van de eeuwige liefde Gods! „Ja, Vader, Ik heb Uverheerlijkt op de aarde, eh Ik wil, dat waar Ik ben, ook Mijne dienaars zijn."

Volk van God, ziet hier uwe dure verplichting, gij, die wedergeboren zijt^ — niet uit vergankelijk zaad, maar door dat eeuwig Woord Gods. Ik, uw Heiland, die Mij niet schaamde uw broeder

Sluiten