Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoemd te worden; Ik, die u heb verlost van vloek en dood, — och! weest toch getrouw tot den dood toe, en ïk zal u geven de gewisse weldadigheden Davids. Toen de Koningin van Scheba de wijsheid van Salomo zag, was er geen geest in haar vanwege zijne heerlijkheid, en ziet! meer dan Salomo is hier.

Verheerlijkt dan toch uwen Heere en Heiland! Want het was toch eeuwige zondaarsliefde, dat zij eendrachtelijk bijeen waren te Jeruzalem, om de groote werken Gods te verheerlijken. Bidt toch om meer en meer ingeleid te worden in dat borgtochtelijk werk van den Zaligmaker, die u verloste van een' zoo grooten nood en dood, opdat gij uwen Vader, die in de hemelen is, moogt verheerlijken.

Och! dat eene eeuwige verwondering onze harten moge vervullen en wij mogen pleiten op de zielzalige belofte: „Heb Ik u niet gezegd, dat, zoo gij gelooft, gij de heerlijkheid Gods zien zult?"

Och, Heere! al zijn wij dan ook omwonden met de grafdoeken der zonde, — zoo Gij Uwe heerlijkheid wilt toonen, dan is het: „Lazarus, kom uit!"

Nu, lieve lezers, zullen wij dit eens deelachtig zijn, dan zullen wij moeten weten, dat wij verlost zijn door den Doop in den dood, •om de heerlijkheid Gods te mogen aanschouwen en te gelooven, dat het werken zijn, die God vervuld heeft.

Dan zullen wij door vruchten der dankbaarheid geleid worden van het Loofhuttenfeest tot den grooten Verzoendag, om eeuwig God te verheerlijken.

Ps. 150:1.

Laat nu God geprezen zijn In Zijn heiligdom zeer fijn! Geloofd zij Hij en geacht, Uit den hemel, vol van kracht, In heerlijkheid hoog verheven. Looft Hem in Zjjn werken rein, Die Hjj gewrocht heeft allein, Die van Zijn macht tuignis geven.

Sluiten