Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noch met zijne ooren hoore, noch met zijn hart versta, noch zich bekeere en HfJ het geneze. 2. Wij hebben ook (volgens dien zelfden tekst) geen oogen om te zien het licht van de zaligmakende waarheid, en de kracht, die daarin steekt, om ons vrij en vroom te maken : men leert wel bij ons, dat er geen transubstantiatie is | men gelooft ook, dat Jezus de .Zaligmaker is, en dan men meent, dat men ziet, terwijl men blind is; want wie ziet en kent zich (ielven wel bij het Heilig Licht, dat God is. (Ps. XXVII | R Joh. 1 | 4—9. VIII: 12 en XII: 35, 37, 46.) Wie'epiegelt zich aan Ghristös om te zien, of men ook zoo wandelt, gelijk Hij gewandeld heeft? (1 Joh. II*: 6). Is hebniet te beklagen, dat een Papist; omdat hij bieofcten moet, meer kennis van zicnzelven heeft als onze Gereformeerden, die dagelijks voor God behoorden te biechten, b.) Waar is ook de regte kennis van God? Want indien onze Christenen Gods heerlijkheid kenden, zij zouden dien God. vreezen: en waar is toch de vreeze Gods? Indien zij voorts Gods wijsheid kenden, zij zouden zich op God verlaten. Indien zij zijne goedheid 'kenden, zij zouden Hem altijd prijzen en beminnen. Indien zij zijn bevelmagt kenden, zij zouden Hem gehoorzamen. Indien zij Gods algeuoegzaamheid zagen, zij zouden Hem alleen beminnen en alle liefde tot de schepselen verminderen. Indien zij Gods almachtige werkzaamheid Zagen, zij zouden zichzelsen van Hem laten bewerken, c.) En wat zouden toch onder ons kennis Jwezen ? He menschen weten geen ondersfcJieid te maken tusschen het goede en tusschén het kwade, tusschen het reine en tussenen het onreine. (Ezech. XLIV : 23.) En hierdoor kiest de mensch het eene voor het andere, het aardsche voor het hemelsche, het zienlijk» voor het onzienlijke; tot een klaar bewijs, dat de «tenschen onder ons geene oogen hebben, en als ongevoelige zonder geest zijn. 3. Ook blijkt de

Sluiten