Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VQi*ld,pping onzer geestelijke deelen, omdat onze Christenen geen geestslijken mond betoonen te hebben; daar werd gezegd ( Jes. XL : 9.) : O Zion! gij verkondigster van goede boedschap, klimt op eenen hoog en berg: O Jeruzalem! gij verkondigster van goede boodschapt; heft uwe stemme op met magt, heft ze op en vreest niet, zegti den sleden Juda, ziét hier is uwe- Qod. En indien de Heere onder ons wrocht, Hij zonde scheppen de vrucht der lippen. (Jes. LYJI : 19.). De Heer» gaf te opreken: der Boodschappers van goede tijdingen was een groote Heirschare. (Ps. LXVIII : 12.) maar waar toonen wij, dat wij monden hébben? waar spreken zij veel van Gods waarheden ? waar en wannéér vertelt men, wat God aan onze ziele gedaan heeft? .(Bs. LXVI : 16.) Wie doen zulks in hare binnenkamer*» ? wie onder de schare en in de menigte? waar doet men dit op de maaltijden, zoodat men ajjtren ^njsW-aatd betale zijne kosten door een stichtelijk gesprek, naar het voorbeeld van den Heere Jezus? (Luc. XIV | 7—35.) Waar komt men te zamen tot beter? (1 Cor. XI : 17) Waar zijn de bruiloften gerigt naar Eigt. XIV en Job. II? Waar zijn in onze gezelsohappen woorden, die genade geven dien, die ze hooren ? (Eph. IV : 29.) Gij zelf zijt mijne getuigen, en ik vraag u: is er niet een diep stilzwijgèii Ha onze vergaderingen van. God? Ja, ik zal meer zeggen, men schaam zich, dat men van God en zijne zaken zoude spreken. Zoude Prinsen, Graven, Staten en Heeren met eikanderen van Jezus en 'zijne liefde spreken? dat^ zoude schande zijn! Zoo verre zijn wij afgedwaald van davids voorbeeld. (Ps. CXIX : 46.) En wat nood was het, indien niet zelf de voorgangers der Kerk hieromtrent schuldig waren! 4. Wij hebben daarenboven ook geen handen, die het góede werken. De hand des geloofs moest Jezus aangrijpen. (Joh. 1:12. Col. II : 6. Jes. XXVII : 5.) Bij dat aangrijpen moesten komen de goede werken. (Jac. II.) Het geloof moest werken door de liefde. (Gal. V : 6.) Maar waar zijn hier de handen werkzaam? Was het zoo, men zoude dan weduwen en weezen bezoeken, arme' lieden helpen, zelf in hare kwale verbedden, handreiking doen, enz. Ja, zegt men, zij stinken zoo; het is voor hun ziekbed zoo walgefgk. Maar hadden wij Christelijke banden, wij zouden dat

Sluiten