Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dachten en door eindelooze aftrekkingen van zinnen wierd afgeleid -van de geestelijkheid in 't bidden, zoo verzon men m het Pausdom een man, aan het kruis gehangen voor welkers afteekening men zijne gebeden tot God zoude zenden om alzoo den mensch in aandacht te houden Dus begreep men het in het Pausdom, toen men zag dat de geest uit de Kerk geweken was. Laat ons nu verder eens zien, waarin de reformatie in deze te kort schiet. \ /

2 Als men nu bij de Reformatie het voornoemde 2e-

" iwwwuj zuu u™1 men weldra den Paas en andere orders verworpen; men stelde Leeraars en Herders, enz. ln deszelfs plaats; men verwierp ook wel het kloosterleven, en men zeide: men moet God dienen elk in zijn beroep; men verwierp ook wel, en te re<*t' de uitwendige beelden, hetzij geschilderde of gegoten en men leerde dat men God in den geest moest dienen. Alle deze dingen waren wel, maar echter niet genoegwant wij hadden daardoor nog niet hetgeen het Pausdom had gezien, dat haar ontbrak, en in welkers plaats die eerste dingen waren ingevoerd. Want a.) in de plaat* 'aï?T1deTn Paus moes* gekomen zijn Christus Geest (Ps CXL1II : 10. Joh. XIV : 16. XV : 26 en XVI -7 Gaf

IV : 6. Rom. VIII : 9, 15. Hand. 11:17,18 39 Jes' LIX : 21. Eph. IV : 30,) omdat alle order zonder geest maar wanorder is. b.) In de plaats van het kloosterleven had men zijn licht moeten laten schijnen voor de menschen, opdat ze onzen goeden en geestelijken wandel zagen, en God, die in de Hemelen is, verheerlijkten (Matth.

V : 16;) men moest malkanderen hebben dienstbaar <*e» weest tot opseherping der liefde en der goede werken. (Uebr. X : 24.) c.) En in de plaats van het geschilderd beeld van den Gekruisteu moest gekomen zijn het beschouwen van de heerlijkheid des Heeren, om naar hetzelfde beeld m gedaante veranderd te worden van heer.. lykheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest. (2 Cor. III : 18.) d.) Zoo heeft men ook wel de biecht verworpen, doch men heeft vergeten voor God te biechterv men laat na zichzelven naauwkeurig te onderzoeken (Zeph. II : 1. 2 Cor. XIII : 5,) waardoor dan komt eene korst over onze consciëntie. En een Gereformeerde met den naam zonder Geest verschilt zeer weinig van

Sluiten