Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mensch blijven onder suspicie van een kwade; want daar men geen kwaad en ook geen goed in iemand ziet, daar blijft het vast, dat zulk een mensch gewisselijk kwaad en verdorven is: want als de verdorvenheid was overwonnen, dan zoude men het goede noodzakelijk moeten kunnen zien. Ik weet wel dat men hier tegen wil werpen, dat men. altijd naar den aard der liefde moet oordeelen. Maar dat komt hier niet te pas, en dat geldt alleen, als men tegen iemand een kwaad hart heeft, of wraakgierig zoude zijn; maar dat komt niet te pas in het stuk van genezing, want dan moet men het kwaad inzien in zijn regte natuur, opdat het genezen worde, en zoo is men hier schuldig (zal men het kwaad van geeftg^posheid genezen) na te sporen, waar ons gebrek van leven in het stuk des diensts van daan komt; en daarvan is onder anderen de oorzaak, dat men een mensch voor vroom houdt, als hij geen ergerlijk zondaar is. En dit kwaad is te grooter geworden, wanneer de Leeraars ook zoo een oordeel geveld hebben, en daarop zulke menschen tot ledematen aannamen, als ze maar geen groote •zondaars waren; hetgeen dan gelegenheid gaf om te denken, dat er aan zulke menschen geen dingen ontbraken, welke in een levendig lidmaat Christi vereischt wierden; en, dat was de oorzaak, dat men naliet te zoeken naar een regt geheiligd en geestelijk hart; dit zijn de vruchten, als men iemand, welke wereldsch is in huizen, in kleeding, in, tafel, en in zijn ganschen wandel tot ledematen aanneemt; want zulk een -lidmaat denkt: indien de wereldsgezindheid; indien de gierigheid, enz. zulk eene groote zonde ware, dan zoude de Predikant mij geen lidmaat maken en aldus bedriegd de mensch zichzelven met valsche overleggingen, 't Is waar, men wil dit zoo wat bewimpelen; en men zegt „men geeft ze de sacre„ menten onder voorwaarde, dat ze van binnen Christe„ nen zijn, en dat ze inwendig zoo slecht niet zijn, als ze „ haar uitwendig vertoonen:" doch op die voorwaarde valt vrij veel aan te merken; want hoe kan iemand, die. door zijn openlijken werelddienst kwaad en zondig is, het sacrament ontvangen op die voorwaarde: „ mits gij ïn,. wendig zoo niet zijt, gelijk gij u uitwendig vertoont," want hij vertoont zich uitwendig kwaad! zal men dan iemand het sacrement geven op die voorwaarde, „ dat

Sluiten