Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zondag werken en dat toch waarlijk christenen zijn. Een ander zegt; het is de duivel, het is luijigheid en gij wilt zonder werken aan den kost komen, als een Engel des lichts. God zegt in Zijn Woord: de luiaard zal verscheurde kleederen dragen. Ja, zegt het verdorven hart, dat een verbond met hem gemaakt heeft, het is volkomen waar. Maar kiest één weg. Komt allen tot Mij, die belast en vermoeid zijt en Ik zal u ruste geven, zegt de Heere Jezus. Ja waarlijk, begrijpen zullen wij Gods wegen nooit. Maar dat moeten wij met groote verwondering zeggen met David: Ondoorgrondelijk zijn Uw werken en onnaspeurlijk Uwe wegen. Dus zoo zit de ziele, daar zuchtende, maar Hij, die sterker is, die éénige Middelaar, die eenige verlossing, daar alleen hulp te verkrijgen is, die zegt: Ik wil niet dat deze in 't verderf storte, maar Ik heb verzoening gedaan voor hem.

Ja, die heeft geen lust in den dood van een zondaar, maar dat hij zich bekeere. Nu zoudt gij zeggen, dat begrijp ik niet. Gij stemt hier boven alles toe. Ja waarlijk, de waarheid spreekt de Satan volkomen, maar daar wordt het Woord weder bewaarheid: De Heilige Geest zal voor haar bidden met onuitsprekelijke zuchtingen. Maar zoo Hij niet te hulpe kwam, ja ik moet zeggen: zoo Hij het niet bewerkte, bleef hij dood in de zonde. Dus zoo zien wij volkómen, dat de Heere zegt: omdat gij nu zegt, dat gij ziende zijt, zoo blijft gij in de duisternis en zijt nog in de zonde en het is niet die, die de zonde belijdt, maar die ze laat.

O ! vrije genade, een zondaar, die van nature een vijand tegen God is en Hem daar tergt en verdoemt, maar God verdoemt hij niet, maar zichzelven en die dan, door Zijn eewige liefde, nog redt. Ja, mij dunkt, Zijn liefde jegens een mensch, wat is die toch groot, ja onpeilbaar. Nu mijne Broeders, ik hoop, dat die God, die mij tot hiertoe gebracht heeft en nog draagt door Zijne lankmoedigheid en nog altijd hoort, als ik tot Hem roep, dat Hij u, als gij tot Hem roepen zult, ook verhoort. Ja zekerlijk, die tot Mij komt, zal ik geenszins uitwerpen.

Dus tot hiertoe heeft het Zijn wijs- en albestuur goed gedacht om mij een weg te banen, daar wij niets vooruit kunnen zien. Daar ontvang ik een bericht, dat ik bij den burgemeester moest komen, niet dat ik dit uit zijn eigen mond vernam, maar van anderen, dat hij mij stijf zou vloeken. Maar God is een toevlucht voor de zijnen, voor allen die op Hem betrouwen. Ik zeide : O Heere, Gij weet alle dingen en daar gaat niets om buiten U. En Gij zijt toch de God van Daniël, die de muilen der leeuwen toesloot, Gij kunt deze man ook doen bedaren, enz. En God kwam mij te hulpe met Zijn Geest en schonk mij sterkte in 't geloof. Toen ik op het kantoor kwam, vroeg hij mij, waarom ik weigerde te laden. Daarop antwoordde ik: mijnheer, gij kent mij, dat ik nooit geweigerd heb om te laden, maar sedert Kerstmis is mij iets verschenen en nu kan ik de Zondag niet meer misbruiken. Het is een dubbel verbod mijnheer, God verbiedt het en de Koning. En ik ben nu acht-entwintig jaar en ik hoop, dat ik er mij nooit schuldig meer aan maak. Daarop zeide de burgemeester heel bedaard: ik kan daar niets tegen zeggen, maar wij kunnen hier de stoombooten niet laten liggen: ik moet er over schrijven en dan zal het uw brood kosten. En toen kon ik met 's Heeren hulp, met den Apostel Paulus' zeggen, volvaardig in den geloove, bij Hem is nog brood en water, met mijn vinger op mijn God wijzende. Daar mocht mij de Heere ook verwaardigen om den dank toe te brengen, want geen vloek was uit zijn mond gegaan. Uit deze gered zijnde ontving ik een bericht van mijn patroon uit Rotterdam, dat ik dadelijk met het schip naar Rotterdam moest komen. Dus ik begaf mij met mijn schip naar Rotterdam. De Satan en het verdorven hart kwelden mij zwaar op die reis, zoodat ik zeide: O Heere I tenzij "Gij mij

Sluiten