Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Later leest men: »tot verzekering eener regelmatige werking dier instellingen, is het noodzakelijk, dat die werking door regels of reglementen worde beheerscht. Het is daarom noodzakelijk , dat de wet voorschrijve, dat en op welke wijze in dat gemis zal worden voorzien" (1).

De Wetgever meent, dat «zoodanige regelmatige werking, vooral in Nederland, waar zoo vele en veelsoortige instellingen van weldadigheid bestaan, moeijelijk kan plaats hebben, zoolang, bij gebrek van doeltreffende wetsbepalingen, de werking dier instellingen uitsluitend afhangt van de inzigten en handelingen van hare menigvuldige afzonderlijke besturen, waarvan het personeel daarenboven gestadig afwisselt" (2).

Maar 't geen, in zekeren zin, de voortreffelijkheid der wet alzoo uitmaakt, is, van eene andere zijde beschouwd, haar groot gebrek.

Beginnen wij, in omgekeerde rede, dan wij 't zoo even voorstelden, van

1. De bedoeling.

Deze zal door de wet onmogehjk worden bereikt.

Armbestuur en armverzorging zijn, zullen ze zijn, wat ze moeten wezen, werkzaamheden der liefde.

Ze waren, vóór Christus, zelfs bij de beschaafde Heidenen, Grieken en Romeinen, genoegzaam onbekend ; want de liefde was bij hen geen heersehend beginsel.

(1) Mem. bl. 15 , al. 5.

(2) Mem. bl. 15 , al. 1.

Sluiten