Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Overschrijdt het die, dan handelt het niet alleen onwettig, maar, waar 't hier thans vooreerst op aankomt, strijdig met het belang van den Staat; strijdig, met hetgeen de liefde, waar zij vrij kan en behoort te werken, wil en zal en kan werken.

Van de bedoeling der wet gaan wij over 2 , tot hare zamenstelUng.

Juist het willen daarstellen van een wel georganiseerd geheel van armbestuur is ook haar gebrek.

Zij tast daardoor de. regten van derden aan.

De, in art. 3, onder a en c genoemde instellingen behooren tot haar regtsgebied.

Over de onder a genoemde behoeven wij niets te zeggen.

Wat die onder c betreft: waar de kerkelijke gemeente eenmaal eene gezamenlijke voorziening in de regeling of het bestuur van de instellingen harer weldadigheid met de burgerlijke overheid zich heeft laten welgevallen , daar heeft zij het volle regt verloren , hetwelk wij voor haar, indien zij nog op zich zelve stond, zouden komen eischen.

Zij heeft zich eenmaal aan een gemengd bestuur in dezen onderworpen.

Of'tniet wenschelijk ware, dat zij er weer van bevrijd wierd? is eene andere vraag.

Die wenschelijkheid zullen wel de meesten, zoo niet allen, toestemmen.

Mogt de voorgedragene armwet een middel zijn, om haar de behoefte aan losmaking van de banden, die zij zich moet laten welgevallen, te doen gevoelen!

Sluiten