Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De gemeente is het zedelijk ligchaam, in den striktsten zin genomen, zelve.

Anders is het meerendeels met de onder d vermelde instellingen. Deze zijn zelve, of zoo men wil, hare bestuurders, het zedelijk ligchaam, dat handelt. De beide categoriën kunnen we onder ééne rubriek zamenbrengen, omdat het hier toch op één punt, dat der regten, welke zedelijke ligchamen hebben, aankomt.

Waar één persoon eene instelling van weldadigheid heeft opgerigt, moet de laatste, in de vereeniging van hare bestuurders, als een zedelijk ligchaam beschouwd worden, ten ware de oprigter zich zei ven het bestuur geheel voorbehield. In zulk een geval, dat hoogst zeldzaam zal zijn, kan natuurlijk de instelling niet als een zedelijk ligchaam, maar moet als een deel van het privaateigendom des oprigters worden beschouwd.

De regten nu der bedoelde instellingen van weldadigheid worden, behalve in het zeldzaam geval, dat wij daar noemden, door de voorgedragene armwet aangetast, zoowel, voor zoo ver de regten van zedelijke ligchamen

o. door de Grondwet, als, voor zoo verre zij b. door het Burgerlijk Wetboek zijn gewaarborgd.

a. Door de Grondwet.

Art. 147 luidt: «Niemand kan van zijn eigendom

2

Sluiten