Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Artikel 1695 luidt: » Voor zoo verre daaromdaaromtrent niet bij de instellingen, de overeenkomsten en de reglementen op eene andere wijze is voorzien, zijn de bestuurders verpligt, om aan de gezamenlijke leden van het zedelijk ligchaam rekening en verantwoording afteleggen, waartoe elk lid bevoegd is, hen in regten opteroepen."

De instellingen, overeenkomsten en reglementen, van welke hier gesproken wordt, zijn blijkbaar die der bedoelde zedelijke ligchamen zelve.

Men ziet dus, tot welke rekening en verantwoording de bestuurders van een zedelijk ligchaam zijn verpligt.

Tot die aan deszelfs gezamenlijke leden. Aan deze alleen.

Er wordt van geen andere gewaagd.

Wij herinneren nog weder ten overvloede, dat artikel 625 elke magt, door de Grondwet niet bevoegd verklaard, van het maken van wetten of verordeningen, waarbij eigendom beperkt wordt, had buitengesloten.

6. Artikel 1697 luidt: » De regten en verpligtingen der leden van zoodanige vereeniging" — d. i. van zedelijke ligchamen — »worden geregeld naar de verordeningen, waarop zij door het openbaar gezag zijn ingesteld of erkend, of naar hare eigene instellingen , overeenkomsten en reglementen, en, voor zoo verre die ontbreken, naar de bepalingen van dezen titel."

Wij drukken er op, dat hier niet alleen van de regten, maar ook van de verpligtingen van. alle zulke vereenigingen wordt gesproken.

Ook die verpligtingen worden geregeld naar de

Sluiten