Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat heeft, zij in een dubbel opzigisr > o. Voor zoo ver elk individu, 'twelk lid eener Christelijke gemeente is, onvajeschilllg tot welk kerkgenootschap hij behoore, indien hij zich helder bewn# is, wat het zegt, lid van eene Christelijke gemeente te zijn, en wat die Christelijke gemeente zelve is, in zijne zelfstandigheid en in die der gemeente wordt aangerand door elke., verordening, welke van eene buiten haar geplaatste magt; uitgaat.

b. Voor ^JMfe.yer elkjjn&TOfo.. voor zich zeiven en de gemeente, zich bijzonder gekwetst ;voelt, wanneer die verordening het innigst wezen der gemeente,; de liefde en hare werkzaamheden, raakt.

c. En dit te meer, doordien de üejöearbeid eener Christelijke gepeente altijd Christelijk zijn en blijven moet, en dus worden uitgeoefend, met het oog op hetgeen in zulk eene gemeente, ook bij hare zorg voor armen, altijd het hoogste.,*(jn moet — de bevordering van hun zedelijk en geestelijk wefcsgxj.Si:>s

Dat vele leden der gemeente, dat, helaas! zeer velen de bewustheid, waarvan wij spreken, en het gevoel, dat wij bedoelen, niet kennen, is eene bedenking, die hier, waar het op grondwettig:\ regt aankomt, niet geldt

2. Maar ook van eene andere zijde wordt het grondwettig godsdienstig regt der kerkelijke instellingen van weldadigheid, of van de godsdienstige gezindte, aan welke zij toebehooren, door de voorgedragene wet gekrenkt

Sluiten