Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Synode van 1844, en toenmaals aan den Koning ter bekrachtiging aangeboden, maar in afwachting eener armwet afgewezen, steunt op het beginsel, toen nog niet door de Grondwet, maar door het ministerieel rescript van 1 Julij 1842, uitgesproken.

Wij zien niet, hoe de invoering van dit reglement, sedert de Grondwet van 1848 is tot stand gebragt, langer wettiglijk kan worden geweerd

Haar te weren, zou volstrekt in strijd zijn met art 170 der Grondwet

De bevoegdheid der Synode, om een diakoniereglement te ontwerpen, rust, volgens de Memorie van toelichting op het diakoniereglement(l), «eensdeels op een historisch-kerkelijken grondslag, daar deze zaak immer door Synoden is geregeld, en zij het waren, die, in onze Hervormde Kerk, wetten maakten op het beheer en de verantwoording der diakenen; deels op een kerkregterlijken grond* alzoo aan haar,de algemeene belangen der Hervormde Kerk zijn opgedragen , dus ook die der diakoniën in deze kerk."

Sinds de Grondwet echter van 1848, heeft de Synode ongetwijfeld nog eene andere bevoegdheid, dan het ontwerpen van een diakoniereglement.

Zij heeft er ook een van zulk een reglement uittevaardigen.

Wij kunnen niet' zien, zeiden wij, hoe de koninklijke sanctie wettiglijk kan worden geweerd.

Wij zien niet, willen wij er nu nog bijvoegen, waarom zij langer behoeft te worden gevraagd.

(1) Zie Synodale Handelingen van 144, bl. JÖS*.

Sluiten