Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij mag daaromtrent, volgens de Grondwet, niet onverschillig zijn. Zij moet zicw'aaaraan laten gelegen zijn, zoo veel de aard der zaak gedoogt, en noch de Grondwet zelve, noch de Burgerlijke wet, door andere hepamgen zulks verhinderen.

Nu kan de Grondwet onmogelijk niëtfrfch zelve in tegenspraak zijn. ';,J Zij heeft

a. het eigendomsregt gewaarborgd, 'twelk, door het Burgerlijk Wetboek nader omschreven, door dit zelfde aan zedelijke ligchamen, evén zeer als aan private personen, verzekerd is.

De eersten j4Bh bovéneBèn, in alle burgerlijke handelingen , in regtsvorderingen, in het doen van rekening en verantwoording, in het maken van reglementen, in hunne ontbinding, volkomen vrij, beboudens zekere bepalingen, die de wet duidelijk aanwijst (1).

De Grondwet kan dus,

en op zich zelve,

en in verband met het Burgerlijk regt beschouwd, geene zorg over het armbestuur aan de Begering hebben willen opdragen, welke of het eigendomsregt, of de regten van zedelijke Jigchamen zou aantasten.

De Grondwet heeft

b. de vrije belijdenis van godsdienstige meeningen aan ieder gewaarborgd.

Zij kan dus niets voorschrijven, wat die vrije belijdenis zou aantasten, door de zelfstandigheid der Christelijke gemeente, welke tot de godsdienstige over-

(1) Zie boven bl. 17—21.

Sluiten