Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Of zou de erflater eener bijzondere instelling van weldadigheid ook gewild hebben, dat zij in handen der publieke autoriteit zou overgaan ?

Leest men in de Memorie van de noodzakelijkheid der hier gedane vordering, ter voldoening aan hetgeen de Grondwet aan de Regering voorschrijft, dan verwijzen wij naar onze verklaring der Grondwet boven (1).

Stilstaan moeten we nog even bij de zinsneden : «Onttrekking aan den pligt daarvan," namelijk van de hier geeischte mededeeling, » zou bedoelingen verraden , die het noodig zouden maken, het goede beheer dier instellingen te verzekeren, door haar gelijk te stellen met die, welke op openbaar gezag zijn gesticht. — Bij weigering kan men niet weten , of de fondsen wel regt in handen zijn van of rigtig gebruikt worden door hen, die ze beheeren."

Is het niet onedel, vragen wij, wanneer eene wet terstond slechte bedoelingen veronderstelt bij hen, die liefdadige fondsen besturen, of wel zelve de oprigters daarvan zijn ?

Kunnen zij zich ook niet met andere bedoelingen aan zoo onregtvaardigen pligt, als mén van hen zou willen vorderen, onttrekken?

Kan 'tniet zijn, omdat de liefde uit néderigheid verbergen wil? — Of, omdat zij, wil zij zeker heerlijk doel bereiken, uit wijsheid verbergen moet? — Of omdat zij, krachtens testamentaire beschikkingen, waarvan de bestuurders de uitvoerders zijn, haar geheim niet mag verraden ?

(1) Bl. 44, 45.

Sluiten