Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de edelste beginselen kunnen doel en oorkonden, rekeningen en werkzaamheden, geheim gehouden worden.

Wordt het stille weldoen belet, velen zullen niet Weldoen.

Maar beter is het zeker voor de maatschappij, dat er niet welgedaan worde, dan niét onder het verband eener alles beheerschende en verpletterende wet!

In allen gevalle komt het hier op aan —■ dit blijft bovendien de conclusie op het laatst hier in de Memorie beweerde — (dat het burgerlijk gezag geen regt heeft, een onderzoek, als hier bevolen, te doen; veel min, mogten ook de instellingen in nog zulke slechte handen zijn of nog zoo slecht gebruikt worden, ze tot publieke te maken.

Artikel 9 legt de oprigting van bijzondere instellingen van weldadigheid aan dezelfde banden, als de tweede zinsnede van art. 5 ten aanzien van die der kerkelijke deed. Alleen wordt de kennisgeving hier eene maand vóór het in werking treden gevorderd. Wij herhalen natuurlijk niets van het bovengezegde (1). De Memorie wil het nog als eene bijzondere gunst doen voorkomen, dat, terwijl art 917 en 1717 van het Burgerlijk Wetboek aan de instellingen, mSé"bedoeld, het vragen van magtiging tot het aannemen van makingen en giften voorschrijft, men dat voorschrift niet ook betrekkelijk de stichting derzelve

(1) Zie bl. 49, 50.

Sluiten