Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook hier weder aan de bestuurders der vrije instellingen opgelegd, ten aanzien van het voorschrift, in art. 21, volgens hetwelk alle werken, aan het slot van; art 20 vermeld, die eene uitgaaf vorderen van meer dan vijfhonderd gulden, in het openbaar moeten worden aanbesteed, ten ware Gedeputeerde Staten, in bijzondere gevallen , in het belang der betrokken instelling, toestaan, dat daarvan worde afgeweken. — Wh' vragen hier ook nog — de regtsquaestie daar gelaten: kunnen Gedeputeerde Staten het belang dier instelling altijd zoo juist beoordeelen ? Zullen zij dat? Kunnen, zullen zij dat meer en beter, dan de bestuurders der instelling zelve ? Alle vermoeden is er tegen; geen er vóór. — En, om nog iets te zeggen: hoe bindt men de handen van bestuurders! Gevoelt men niet, dat men hun zoo alle lust en kracht ontneemt ? Wij zijn niet opgetreden, om voor gesubsidieerde diakoniën of andere, dan kerkelijke godshuizen , en bijzondere instellingen te spreken — maar zou het niet in het belang ook van deze allen,«nni, dat men de handen meer vrij .liet ? Zou de wet niet te veel willen? Is het: ne quid nimis! hier niet allezins toepasselijk, en, per slot van rekening, ook in het belang van den Staat grootelijks aanteraden? De nu reeds hoogst moeijelijke zorg van de bestuurders der meeste instellingen wordt zoo onmenschkundig vermeerderd, dat het slot zal zijn — de ondergang van genoegzaam allen!

Beroept men zich, in de Memorie bij art. 20 en 21, op den eisch der Grondwet ten aanzien van de zorg der Regering voor het armbestuur, dan verwijzen wij

Sluiten