Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alleen de collecte» in kerkgebouwen hij 4e uitoefening van openbare eeredienst zijn van de toepassing des artikels uitgezonderd.

In art 28—-59 wordt over het zoogenaamde domicilie van onderstand gehandeld en over de armlastigheid. Wij achten het niet noodig, deze artikelen, die buitendien veel bevatten, dat ons onderwerp niet raakt, ook voor zoo ver het die raakt, afzonderlijk nategaan, omdat het hier weder geheel de vraag geldt: heeft de Staat regt, voor de kerkelijke ^Stellingen, door ons bedoeld, domicilie van onderstand en armlastigheid te bepalen? terwijl we, eenmaal die vraag daargelaten, niet zien kunnen, dat de bepalingen, hier omtrent die beide punten vastgesteld, niet goed en doelmatig zijn zouden.

Maar wij treffen in de algemeene opmerkingen, voorkomende in de Memorie van toelichting, eenige denkbeelden aan, die wij niet stilzwijgend mogen voorbijgaan, juist dewijl ze de beginselen gelden, op welke, onzes erachtens, strijdig met het regt, de verordeningen omtrent domicilie van onderstand en armlastigheid, in de armwet, ook op vrije kerkelijke instellingen zijn toegepast.

Bl. 15 al. 9, lezen wij: »Nade verzekering van een regelmatig beheer der genoemde instellingen op deugdelijke grondslagen, schijnt het tot het gebied der wet te behooren, de betrekking te regelen, die er bestaat tusschen hen, welke tot het erlangen van

Sluiten