Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheel ten onregte zich aan de wet van 28 November 1818 als wil aansluiten of deze door het nieuwe ontwerp verbeteren, daar grondwettig die zelve, Voor de vrije diakoniën, reeds als vervallen moet worden beschouwd.

Men zegge niet, dat art. 3 der additionele artikelen van de Grondwet voorschrijft, dat alle op het oogenblik der afkondiging van de veranderingen in de Grondwet verbindende wetten, reglementen en besluiten worde» gehandhaafd, tot dat zij achtervolgens door andere worden vervangen.

Die andere mogen dan toch met de bestaande Grondwet niet in strijd zijn.

En wanneer, gelijk in het onderhavig geval, een kerkgenootschap een nieuw kerkelijk reglement nog ter sanctie heeft aangeboden of blijft aanbieden, dan doet dit al het mogelijke; maar de Regering mag dan ook geen ontwerp voordragen, lijnregt strijdig met hetgeen dat reglement, als uitdrukking van de godsdienstige meening eener gemeente, 't zij Israëlitische of Christelijke, heeft uitgesproken en verordend, wanneer zulk een reglement niet tegen de regten en belangen van den Staat inloopt.

"Wanneer de Regering zulk een reglement voor als nog [ter zijde legt, ja intusschen eene wet voordraagt, dat geheel vernietigende, is zij niet in haar goed regt.

Wij zien niet, waarom, onder zulke omstandigheden, een kerkelijk genootschap langer niet van zijn goed regt zou gebruik maken, de steeds onwettig verschovene sanctie voorbijgaan, e» een reglement, over eene nieuwe zaak, op een punt, waarop tot

Sluiten