Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Commissaris-banken.

4. Kerkmeesters-banken.

5. Regenten-banken.

6. Krijgsraads-banken.

7. Studenten-banken.

8. Buurtcommissaris-banken.

9. Brand- en Wijkmeesters-banken.

Bij afzonderlijke tabel, berustende bij de Commissie ter Vermeerdering, wordt aangewezen, wie in bovenstaande banken zitting kunnen nemen. Zie Bijlage jL /£

Daarvoor wordt, met inbegrip van het Stoven-geld, jaarlijks betaald:

.voor die onder N°. 1 r \§

voor die onder N°. 2. 8. . . » 12 —

voor die onder N°. 4. 5 - . » 10

voor die onder N°. 6 » 8

voor die onder N°. 7 » /z..*o

voor die onder N°. 8. 9. .... » ' % _

Het voorbehoud, bij Art. 2 al 2 en 3 gemaakt, is ook op deze banken toepasselijk.

Art. 15.

De fungeerende leden der Commissie tot het Bestuur over de Kerkgebouwen, enz., zijn vrij van betaling in de Banken onder N». 4 vermeld, en in alle andere, waarin zij van wege hunne maatschappelijke betrekking tevens recht van zitting zouden hebben.

Deze vrijdom duurt voor de afgetreden leden voort tot den laatsten December van het jaar hunner aftreding. Art. 16.

Het is niemand geoorloofd zitting te nemen in.eene bank, hooger in rang dan die, waarin hem recht van medezitting is toegekend.

Sluiten