Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 5.

De diensttijd der leden wordt bepaald op drie jaren; de aftredenden zgn herikesbaar.

Art. 6.

Het dienstjaar begint den eersten Zondag in de maand Januari.

Art. 7.

Het College belast zich met het inzamelen van hetgeen bjj de openbare godsdienstoefeningen voor het fonds tot onderhoud der Kerkgebouwen, enz. wordt bijgedragen, en js den leden der Kerkelijke Commissie behulpzaam, bij het doen der jaariijksche Wijk-Collecte.

Art. 8.

Bij iedere godsdienstoefening behoort door minstens 2 eden de dienst te worden verricht,

De opbrengst der Collecte wordt met eene onderteekende specifieke vide, in de daartoe in iedere kerk aanwezige kist gestort. ■

Art. 9.

De leden hebben gedurende hunnen diensttijd en na hun aftreden zooveel jaren als zij dienst deden, recht tot zitting in de Collectanten-banken. Bovendien hebben zij bij de godsdienstoefening waar zij dienst verrichteu, ieder eene damesplaats ter hunner beschikking.

Art. 10.

De voor de administratie van het College noodige onkosten, komen ten laste van het fonds tot onderhoud der kerkgebouwen, enz.

Sluiten