Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Abt. 6.

De vereischten dei' leden zijn:

1. dat zij sedert zes jaren lidmaat zijn van de Neder duitsche Hervormde Kerk;

2. dat zij hunne vaste woonplaats sedert twee jaren hebben in de burgerlijke gemeente dezer Stad, en gedurende dien tijd ook bij den Kerke-raad als lidmaten, tot zijn ressort behoorende, zijn bekend geweest;

3. dat zij den ouderdom van zes en dertig jaren hebben bereikt;

4. dat zij elkander niet bestaan in de regte linie, ook niet door aanhuwelijking, noch ook als broeders of zwagers.

Art. 7.

De dienst-tijd van de leden dezer Commissie wordt bepaald op vier jaren, voor zoo ver zij de vereischten tot het lidmaatschap zoo lang behouden. Na de eerste dienst zijn zij dadelijk herkiesbaar; daarna moeten tusschen elke dienst twee jaren verloopen, onverschillig of men als lid der Gemeente, dan wel als lid van den Algemeenen Kerkeraad mogt zijn opgetreden. De benoeming heeft plaats in de maand Maart, de op- en aftreding in de Vergadering van April.

Art. 8.

Elk lid heeft vrijheid vroeger bij den Algemeenen Kerkeraad aanvrage om ontslag in te dienen.

Art. 9.

Er heeft eene verpligte jaarlijksche aftreding plaats uit de dienst dezer Commissie, van één der Predikanten en van drie leden der Gemeente, en van zoo velen der Ouderlingen en Diakenen, als hunne vierjarige dienst in de Commissie hebben vervuld, of door hun aftreden uit den Kerke-raad hun radicaal hebben verloren. De namen

Sluiten