Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Kosters, Deur-waarders, Plaats-bewaarders en Bewaarsters de bevelen, welke hun door den Kerke-raad tot eene stichtelijke inrigting van de openbare godsdienst in het algemeen, en, bij de godsdienst-oefeningen in het bijzonder door den dienst-doenden Leeraar of Ouderling gegeven worden, naauwkeurig opvolgen. Deze beambten kunnen hunne tractementen niet ontvangen , dan op vertooning van een getuigschrift des Kerke-raads, dat zij gedurende den tijd, over welken de betaling geschiedt, hunne bediening ten genoege van den Kerke-raad hebben waargenomen.

Art. 32.

De Kerke-raad stelt aan en ontslaat de Hulp-predikers, de Onderwijzers en Onderwijzeressen in de Godsdienst, Krankbezoekers, Voorlezers en Organisten, benevens zijnen Amanuensis. De Bode van den Kerke-raad, het Provinciaal Kerkbestuur en de Klassis wordt door dezen niet aangesteld, dewijl die betrekking met den post van Koster in de Nieuwe-Kerk is vereenigd. In geval hij zich daarbij, onder zijne verantwoordelijkheid, van eenen Assistent wil bedienen, moet hij dien aan den Kerke-raad ter goedkeuring voordragen. (°) Deze allen, met uitzondering van de Hulp-predikers, erlangen geene betaling zonder het getuigschrift in het voorgaand Artikel vermeld.

Art. 33.

Bij ontstaande vacatures van Beambten, in Art. 32 vermeld, worden door den Kerke-raad, zoo wel wat hare vervulling als wat de voordragt der bezoldiging van nieuw aankomenden betreft, de bepalingen van Art. 21 in acht genomen.

Art. 34.

Voor zoo ver eenige inrigtingen tot vermeerdering van

(*) Zie de bepalingen, te dien aanzien in dato 6 Jnnij 1831 gemeenschappelijk van den Kerke-raad en de Commissie uitgegaan.

Sluiten